Projectbeschrijving
Projectgebied
Met het project PROSENSOLS wensen de provincies West- en Oost-Vlaanderen en Henegouwen en de departementen Nord, Pas-de-Calais, Aisne en Oise grensoverschrijdend samen te werken om de bodem te beschermen tegen degradatie. In deze interregionale samenwerking worden landbouwtechnieken, kennis en ideeën uitgewisseld wat een verrijking voor iedereen betekent.

Historiek
Het project PROSENSOLS vormt een vervolg en een uitbreiding van het uitgevoerde Interreg IIIa-project MESAM (Maatregelen tegen Erosie en Sensibilisatie van Agrariërs ter bescherming van het Milieu). Het project MESAM liep van januari 2003 tot en met maart 2007.
MESAM had tot doel bodemerosie aan te pakken over de regionale, provinciale en nationale grenzen heen in de regio Nord-Pas-de-Calais, Henegouwen, West- en Oost-Vlaanderen.
Het project PROSENSOLS informeert en sensibiliseert niet alleen een omvangrijkere regio, maar naast het thema bodemerosie komen ook problemen als bodemcompactie, verlies aan organisch materiaal, achteruitgang van de bodembiodiversiteit en nutriëntenverzadiging aan bod. Bovendien mikt het project PROSENSOLS niet alleen op land- en tuinbouwers en beleidsmensen, maar ook op het lager, het middelbaar en het gespecialiseerde (landbouw-)onderwijs.
Acties
Actie 1: Sensibiliseren van de bevolking (vnl. schoolgaande jeugd) rond bodembescherming
Sensibiliseren over economische, sociale en milieu-functies van de bodems, de bedreigingen die op de bodems worden uitgeoefend door landbouwactiviteiten (compactie, erosie, verontreiniging, organisch materiaal, verlies van bodemdiversiteit), huiselijke activiteiten (verontreiniging, ondoordringbaarheid) en industriële activiteiten (verontreiniging, ondoordringbaarheid), en hun impact op lokaal en grensoverschrijdend niveau, evenals de maatregelen die genomen worden of kunnen genomen worden om de degradatie van de bodems te beperken.
Actie 2: Sensibiliseren van de landbouwsector rond bodembescherming
Landbouw is één van de voornaamste activiteiten die op grote oppervlaktes plaatsgrijpen en waar het aangewezen is om bodembescherming toe te passen. Deze actie mikt voornamelijk op landbouwers en loonwerkers van vandaag, maar ook deze van de toekomst (studenten in landbouwscholen), teneinde:
- hen te sensibiliseren omtrent het belang van bodembescherming
- hen op de hoogte te houden van de implicaties van de Europese bodemstrategie
- hen vertrouwd te maken met praktijken die bodemvriendelijker zijn en die op termijn de productiviteit van de bedrijven kunnen verbeteren, de levenskwaliteit van de landbouwers en de plattelandsbewoners kunnen doen toenemen, de voedselveiligheid kunnen doen vergroten
Actie 3: Evalueren van de impact van de landbouwpraktijken op de bodemdegradatie
De landbouw wordt dikwijls beschouwd als verantwoordelijke voor de degradatie van het milieu in het algemeen, en van de bodem in het bijzonder. Toch bestaat er een grote diversiteit aan praktijken waarvan de impact op de bodems zeer verschillend is.
Het doel van deze actie bestaat erin de impact van een aantal dominante of alternatieve landbouwpraktijken op de compactie, het organisch materiaalgehalte, de erosie, de verontreiniging door fosfor en de bodemdiversiteit te evalueren (d.m.v. opvolging van enkele pilootbedrijven, realisatie van demonstratievelden, valorisatie van de bestaande databanken van bodemanalyses, ...).
Wat de biodiversiteit betreft, is het niet de bedoeling om de faunistische en floristische biodiversiteit diepgaand te karakteriseren, maar zich te beperken tot een aantal kenmerkende indicatorsoorten voor de bodembiodiversiteit (regenwormen, loopkevers, ...).
Deze actie zal behandeld worden op basis van:
- De opvolging van de impact van enkele landbouwpraktijken op pilootbedrijven in elke regio. In totaal zullen tussen 5 en 15 landbouwbedrijven opgevolgd worden.
- De opvolging van remediërende praktijken zoals bijvoorbeeld groenbedekkers, technieken om compactie te vermijden, aanleg van grasbufferstroken, ploegloze teelttechnieken, beheer van organisch materiaal en van fosfor op de pilootbedrijven in functie van de geïdentificeerde problemen.
- Het realiseren van demonstratievelden die de gangbare en alternatieve praktijken vergelijken.
- Het evalueren van de impact op middellange en lange termijn van een aantal praktijken op de voorraad aan organisatie koolstof in de bodem, de erosie, de ploegzool en het fosforgehalte op landbouwpercelen waarvan de historiek bekend is bij vrijwillige landbouwers (eventueel dezelfde als de pilootbedrijven). Ook zal men de impact van het koolstofbeheer op het nitraatgehalte in de bodems nauwkeurig beschrijven.
- Men zal ook zoeken om de bestaande databanken van bodemanalyses in de drie regio’s te valoriseren om op die manier de impact van een aantal landbouwpraktijken op het gehalte aan P en de C-voorraden te evalueren.
Op de proefobjecten en de velden zal men metingen uitvoeren naar de fysische kwaliteit (penetrometingen, metingen van afstroming en geërodeerd materiaal door regenvalsimulaties, structurele stabiliteit) en de chemische kwaliteit van de bodems (gehaltes aan koolstof, fosfaten en nitraten) en naar de biodiversiteit aan de hand van enkele indicatorsoorten (regenwormen, loopkevers, ...). Aan de andere kant zal men de rendementen van de teelten kwantificeren en zal men verifiëren of de praktijken vanuit technisch-economisch oogpunt aanvaardbaar zijn.
Actie 4: Het formuleren van aanbevelingen voor het beleid en administraties rond maatregelen die bodemdegradatie beperken
Hoewel de bodembeschermingsstrategie op Europees niveau wordt opgesteld, is de uitvoering ervan een verantwoordelijkheid van de lidstaten (landen), en zelfs van regio’s. In functie van de interpretatie van de strategie, de sensibilisatie van het beleid over de noodzaak aan bodembescherming, het belang van bodemdegradatie, kan elk land/elke regio verschillende strategieën ter bescherming van de bodem opzetten. De uitwisseling tussen de beleidsmensen van de 3 regio’s kan niet anders dan de discussies en de aangebrachte oplossingen verrijken, ten gunste van het milieu en de betrokken bevolking.
Actie 5: Coördinatie en promotie van het project
Het doel van deze actie is enerzijds het goede verloop van het project te volgen, voornamelijk de samenwerking tussen de verschillende partners en de samenhang van de acties. De resultaten moeten in twee talen beschikbaar zijn, namelijk in het Frans en in het Nederlands. Anderzijds gaat het om het voeren van promotie van het project naar de verschillende doelgroepen van het project (persconferentie, website, ...).